Omloopsnelheid voorraad berekenen: formule, dagen en norm
Omloopsnelheid voorraad berekenen: de formule, de omrekening naar voorraaddagen, een rekenvoorbeeld en wat een gezonde uitkomst is per branche.
De omloopsnelheid van voorraad bereken je door de kostprijs van de omzet te delen door de gemiddelde voorraad. De uitkomst is een aantal keren per jaar: hoe vaak de hele voorraad in die periode is verkocht en opnieuw aangevuld.
Voor een controller is dat geen logistiek getal maar een financieringsgetal. Voorraad is werkkapitaal dat niets opbrengt zolang het in het schap ligt: bij een kostprijs van de omzet van € 8,4 miljoen staat elke tien voorraaddagen voor ongeveer € 230.000 die vastligt in dozen in plaats van op de bankrekening. En anders dan bij debiteuren zit er geen betalingstermijn achter waar iemand aan herinnerd kan worden — alleen een inkoopbeslissing van maanden terug.
Wat is de omloopsnelheid van de voorraad?
De omloopsnelheid van de voorraad, ook wel voorraadrotatie, voorraadomloop of inventory turnover, drukt uit hoe vaak de gemiddelde voorraad in een periode wordt omgezet. Een omloopsnelheid van 6 betekent dat de voorraad zes keer per jaar volledig wordt doorverkocht, oftewel dat er gemiddeld twee maanden voorraad in het pand staat.
Het kengetal heeft twee verschijningsvormen die hetzelfde zeggen:
- De omloopsnelheid, in keren per periode. Handig om artikelgroepen onderling te vergelijken: twaalf tegen drie is direct te plaatsen.
- De voorraaddagen, ook wel DIO of days inventory outstanding. Handig in een werkkapitaalgesprek, want dagen zijn optelbaar met de debiteuren- en crediteurentermijn.
Die tweede vorm is de voorraadschakel in de cash conversion cycle, de formule DSO + DIO − DPO. Daar is de voorraadtermijn een van de drie componenten; hier is hij het onderwerp zelf.
De formule om de omloopsnelheid voorraad te berekenen
Omloopsnelheid = kostprijs van de omzet ÷ gemiddelde voorraad
- Neem de kostprijs van de omzet over de periode: de inkoopwaarde van wat daadwerkelijk is verkocht, exclusief btw. Dus niet de omzet — zie de valkuilen.
- Bepaal de gemiddelde voorraad: beginstand plus eindstand gedeeld door twee. Bij seizoensinvloed is het gemiddelde van twaalf maandeindes nauwkeuriger dan dat van twee jaareindes.
- Deel de kostprijs van de omzet door de gemiddelde voorraad. De uitkomst is het aantal keren per periode.
- Reken desgewenst om naar dagen: het aantal dagen in de periode gedeeld door de omloopsnelheid.
- Herhaal de meting maandelijks op dezelfde grondslag. Meet je per maand, gebruik dan de kostprijs van die ene maand en reken om met de dertig of eenendertig dagen van die maand.
Om de omloopsnelheid voorraad te berekenen heb je dus niet meer nodig dan een balanspost en een resultaatpost. De kunst zit erin dat teller en noemer op dezelfde waarderingsgrondslag staan, en precies daar gaat het in de praktijk mis.
Rekenvoorbeeld
Een technische groothandel wil de omloopsnelheid voorraad berekenen over een heel boekjaar. De omzet bedraagt € 12.000.000 en de kostprijs van de omzet € 8.400.000, een brutomarge van 30%. De voorraad stond op 1 januari op € 1.300.000 en op 31 december op € 1.500.000.
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Kostprijs van de omzet | € 8.400.000 |
| Voorraad 1 januari | € 1.300.000 |
| Voorraad 31 december | € 1.500.000 |
| Gemiddelde voorraad | € 1.400.000 |
| Omloopsnelheid | 6,0 keer per jaar |
| Voorraaddagen | 61 dagen |
8.400.000 ÷ 1.400.000 = 6,0 keer per jaar, en 365 ÷ 6,0 = 61 dagen. Had je alleen de eindvoorraad van € 1.500.000 genomen, dan was de uitkomst 5,6 keer en 65 dagen geweest: vier dagen te hoog, puur omdat de voorraad in dat jaar is gegroeid.
Van omloopsnelheid naar voorraaddagen
Voorraaddagen = aantal dagen in de periode ÷ omloopsnelheid
Beide richtingen werken. Een omloopsnelheid van 6,0 is 61 dagen; 61 dagen voorraad is een omloopsnelheid van 6,0. Je kunt de dagen ook direct uitrekenen als (gemiddelde voorraad ÷ kostprijs van de omzet) × 365, en dat is dezelfde DIO die in de cash conversion cycle wordt opgeteld bij de debiteurentermijn.
Welke vorm je kiest, hangt af van het gesprek. In een inkoopoverleg werken keren beter, omdat de spreiding tussen snel- en langzaamlopers daarin direct zichtbaar is. In een gesprek over werkkapitaal werken dagen beter, omdat ze optelbaar zijn met de debiteurentermijn en aftrekbaar met de crediteurentermijn. Reken je over een kwartaal, gebruik dan 90 of 91 dagen in plaats van 365.
Wat is een gezonde omloopsnelheid?
Een absolute norm bestaat niet. De uitkomst hangt volledig aan het businessmodel en aan de bederfelijkheid van het product, dus de enige zinvolle vergelijking is die met je eigen historie en met ondernemingen die hetzelfde model draaien. De bandbreedtes hieronder zijn indicatief:
- Supermarkt en versassortiment: vijftien tot vijfentwintig keer per jaar. Bederfelijkheid dwingt de snelheid af; er is geen keuze.
- Non-food retail en e-commerce: vier tot acht keer. Collecties en seizoenen leggen een bodem onder de voorraad.
- Technische groothandel: vier tot zes keer. Leverbetrouwbaarheid is hier een verkoopargument, dus een deel van de voorraad is bewust servicevoorraad.
- Productie met lange doorlooptijd: twee tot vier keer, met een groot deel van de waarde in halffabricaten en onderhanden werk.
- Onderdelen en serviceartikelen: een tot twee keer. Een lage omloopsnelheid is hier geen fout maar de prijs van een leveringsgarantie.
Belangrijker dan het niveau is de spreiding eronder. Een gezonde 6 kan bestaan uit snellopers die twintig keer draaien en een kwart van de voorraadwaarde die er al twee jaar staat. En hoger is niet per definitie beter: loopt de omloopsnelheid op doordat de voorraad te krap is, dan betaal je dat in nee-verkopen, spoedorders en luchtvracht. Leg de uitkomst daarom naast de brutomarge en de leverbetrouwbaarheid.
Een laatste nuance: de quick ratio laat de voorraad juist volledig weg. Dat is geen tegenspraak maar een bewuste keuze, want een voorraad die zes keer per jaar draait is iets heel anders dan een voorraad die een keer draait. Hoe lager de omloopsnelheid, hoe minder de voorraad als liquide middel mag worden gezien.
Valkuilen
- De omzet in de teller. Voorraad staat tegen inkoopwaarde op de balans, dus de teller moet dat ook. In het voorbeeld hierboven geeft de omzet van € 12.000.000 een omloopsnelheid van 8,6 en 43 voorraaddagen in plaats van 6,0 en 61 dagen. Dat verschil van achttien dagen is precies de brutomarge van 30% — geen prestatie maar een rekenfout, en de meest gemaakte.
- Alleen de eindvoorraad. Wie de omloopsnelheid voorraad berekent op de eindstand, meet bij een seizoensbedrijf vooral de balansdatum. Een eindstand na de najaarsinkoop en een eindstand in februari geven bij dezelfde verkopen een heel andere uitkomst.
- Eén getal voor het hele assortiment. Een gemiddelde verbergt de langzaamlopers die het probleem zijn. Splits minimaal naar artikelgroep of ABC-klasse voordat je er een conclusie aan hangt.
- Een afwaardering als verbetering lezen. Incourante voorraad afboeken verlaagt de noemer en verhoogt de omloopsnelheid onmiddellijk, zonder dat er iets extra is verkocht. Beoordeel de uitkomst daarom altijd naast de afwaarderingen in het resultaat.
- Onderhanden werk half meenemen. Bij project- en productiebedrijven staat een groot deel van de voorfinanciering onder halffabricaten of onderhanden werk. Neem je die posten mee in de noemer, zorg dan dat de teller de bijbehorende kostprijs ook bevat.
Veelgestelde vragen over de omloopsnelheid van de voorraad
Wat is een goede omloopsnelheid van de voorraad?
Dat hangt af van de branche en van de houdbaarheid van het product. Een supermarkt zit op vijftien tot vijfentwintig keer per jaar, een technische groothandel op vier tot zes en een onderdelenleverancier op een tot twee. Vergelijk daarom nooit met een algemeen gemiddelde, maar met je eigen reeks over twaalf maanden.
Wat is het verschil tussen omloopsnelheid en voorraaddagen?
Inhoudelijk niets: het zijn twee schrijfwijzen van hetzelfde getal. De omloopsnelheid staat in keren per periode, de voorraaddagen in dagen, en je rekent ze om met het aantal dagen in de periode gedeeld door de omloopsnelheid. Gebruik keren om artikelgroepen te vergelijken en dagen om het getal naast de debiteuren- en crediteurentermijn te leggen.
Hoe kun je de omloopsnelheid voorraad berekenen in Excel?
Zet per maand drie kolommen neer: de kostprijs van de omzet, de beginvoorraad en de eindvoorraad, alle drie exclusief btw. De vierde kolom is het gemiddelde van de twee voorraadstanden, de vijfde deelt de kostprijs door dat gemiddelde en de zesde rekent dat om naar dagen. Trek de reeks over twaalf maanden door en zet er een grafiek onder; de trendlijn is informatiever dan elke losse maand.
Reken je met de inkoopwaarde of met de verkoopwaarde?
Met de inkoopwaarde, aan beide kanten. De voorraad staat op de balans tegen inkoopprijs of vervaardigingsprijs, dus de noemer is al inkoopwaarde en de teller moet dan de kostprijs van de omzet zijn. Alleen een retailer die zijn voorraad tegen verkoopprijs waardeert, de brutowinstmethode, rekent consequent aan beide kanten tegen verkoopwaarde.
Van kengetal naar maandelijkse sturing
De voorraad verandert elke dag, terwijl dit kengetal in veel organisaties alleen bij de jaarrekening wordt uitgerekend. Dat is te laat om er nog een inkoopbeslissing op te baseren. In Smartbooks leg je de omloopsnelheid vast als metric: een eigen KPI met een formule over de grootboekrekeningen, waarbij de beginstand met de functie PreviousPeriod uit de vorige periode komt, zodat het gemiddelde zich elke maand bijwerkt. Dezelfde metric is per kostenplaats of business dimension uit te splitsen en als KPI-tegel met trendlijn op een dashboard te zetten, afgezet tegen het budget of tegen vorig jaar. Daarmee staat de omloopsnelheid in dezelfde rapportageset als het resultaat, en bij meerdere entiteiten ook geconsolideerd.
Wie de omloopsnelheid voorraad maandelijks berekent, ziet een oplopende voorraad aankomen in plaats van achteraf. Begin met twaalf maanden historie op een vaste grondslag en splits die uit naar de vijf grootste artikelgroepen; daar zit bijna altijd de hele winst. Leg daar de aangrenzende kengetallen naast: cashflow berekenen voor de kasstroom zelf, of het kenniscentrum voor de rest van de set.
Gerelateerde artikelen
Cash conversion cycle berekenen: formule en voorbeeld
30 september 2026
DSO berekenen: formule, norm en rekenvoorbeeld
23 september 2026
Cashflow berekenen: formule, methodes en rekenvoorbeeld
2 september 2026
Quick ratio berekenen: formule, norm en valkuilen
16 september 2026
Klantcase Intermax
21 april 2026
De beste software voor financial en business control
23 februari 2026