Cash conversion cycle berekenen: formule en voorbeeld
De cash conversion cycle berekenen: de formule DSO + DIO - DPO, een rekenvoorbeeld, sectornormen en de knop die het snelst kas vrijmaakt.
De cash conversion cycle is het aantal dagen tussen het betalen van je leverancier en het ontvangen van het geld van je klant. Je rekent hem uit als DSO + DIO − DPO: debiteurendagen plus voorraaddagen, min crediteurendagen.
Voor een controller is dat geen academisch kengetal maar een financieringsvraag. Elke dag in de cyclus is een dag omzet die de onderneming zelf voorfinanciert: bij een jaaromzet van € 12 miljoen kost elke dag ongeveer € 33.000 aan liquiditeit. Het verschil met werkkapitaal berekenen zit in de eenheid. Werkkapitaal drukt dezelfde positie uit in euro's, de cash conversion cycle in dagen — en dagen corrigeren vanzelf voor groei, waardoor ze over de tijd en tussen entiteiten wel vergelijkbaar blijven.
Wat is de cash conversion cycle?
De cash conversion cycle, ook wel geldconversiecyclus, cash conversion period of cash-to-cash cycle, meet de doorlooptijd van het werkkapitaal in dagen. Hij bestaat uit drie schakels:
- DSO (days sales outstanding, debiteurentermijn): het aantal dagen tussen factuur en ontvangst. Hoe je dat getal opbouwt en welke norm erbij hoort, staat in DSO berekenen.
- DIO (days inventory outstanding, voorraaddagen): het aantal dagen dat een artikel gemiddeld op voorraad ligt voordat het wordt verkocht. Bij projectbedrijven hoort het onderhanden werk hier ook in.
- DPO (days payables outstanding, crediteurentermijn): het aantal dagen dat je zelf neemt voordat je een leverancier betaalt. Dit is de enige schakel die de cyclus verkort in plaats van verlengt.
DSO en DIO samen heten de operating cycle: de tijd die een euro nodig heeft om via voorraad en debiteur weer geld te worden. Daar gaat het leverancierskrediet vanaf, en wat overblijft is precies het deel dat de onderneming zelf financiert.
De formule om de cash conversion cycle te berekenen
Cash conversion cycle = DSO + DIO − DPO
De drie componenten reken je elk op dezelfde manier uit: een balanspost gedeeld door een stroomgrootheid, maal het aantal dagen in de periode.
- DSO = (debiteuren ÷ omzet) × dagen. Haal de btw uit het debiteurensaldo, want de omzet eronder staat exclusief btw.
- DIO = (voorraad ÷ kostprijs van de omzet) × dagen. Niet tegen de omzet: voorraad staat tegen inkoopwaarde op de balans, dus de noemer moet ook tegen inkoopwaarde staan. Anders komt de marge in het getal terecht.
- DPO = (crediteuren ÷ kostprijs van de omzet) × dagen. Ook hier de btw eruit, en alleen de inkoop die daadwerkelijk via crediteuren loopt.
- Tel DSO en DIO op en trek DPO eraf. Gebruik voor alle drie dezelfde periode en dezelfde grondslag, anders vergelijk je appels met peren binnen je eigen formule.
Neem bij groei of seizoensinvloed het gemiddelde van de begin- en eindstand van de balansposten in plaats van alleen de eindstand. Meet je op eindstanden terwijl de omzet hard groeit, dan meet je vooral die groei.
Rekenvoorbeeld
Een groothandel met een jaaromzet van € 12.000.000 en een kostprijs van de omzet van € 8.400.000 wil de cash conversion cycle berekenen over een heel jaar, dus over 365 dagen. Alle balansposten staan exclusief btw.
| Post | Bedrag | Uitkomst |
|---|---|---|
| Debiteuren | € 1.480.000 | DSO 45,0 dagen |
| Voorraad | € 1.380.000 | DIO 60,0 dagen |
| Crediteuren | € 690.000 | DPO 30,0 dagen |
| Cash conversion cycle | — | 75,0 dagen |
45,0 + 60,0 − 30,0 = 75 dagen. De onderneming financiert dus ongeveer twee en een halve maand omzet zelf voor. Tegen € 33.000 per dag ligt er zo'n € 2,5 miljoen vast in werkkapitaal.
Stel dat inkoop de betalingstermijn bij leveranciers van 30 naar 45 dagen brengt en de voorraad met acht dagen omlaag gaat: 45,0 + 52,0 − 45,0 = 52 dagen. Drieentwintig dagen korter, oftewel ruim € 750.000 die vrijkomt zonder dat er een euro marge bij hoeft.
Wat is een goede cash conversion cycle?
Een absolute norm bestaat niet; de uitkomst hangt volledig aan het businessmodel. De enige zinvolle vergelijking is die met de eigen historie en met ondernemingen die hetzelfde model draaien.
- Retail en horeca: vaak negatief. De voorraad is binnen dagen verkocht, de klant rekent direct af en de leverancier wordt pas na dertig of veertig dagen betaald. De afnemer financiert de operatie.
- Zakelijke dienstverlening: nauwelijks voorraad, dus de cyclus is in de praktijk DSO min DPO. Dertig tot vijftig dagen is gangbaar.
- Groothandel en productie: zestig tot honderd dagen is normaal, met het grootste deel in DIO.
- Bouw en projecten: het onderhanden werk maakt de cyclus lang en grillig. Termijnfacturatie en aanbetalingen zijn hier de enige echte knop.
Een negatieve uitkomst is dus geen rekenfout maar een kenmerk van het model. Beoordeel het getal nooit los: leg de trend over twaalf maanden naast de quick ratio, die laat zien of er op korte termijn ook genoeg dekking is.
Welke van de drie knoppen draait het snelst?
In theorie is DPO de goedkoopste knop: later betalen kost niets. In de praktijk is het de lastigste. Contractueel mag in Nederland in B2B maximaal zestig dagen worden afgesproken, en grote ondernemingen mogen met mkb-leveranciers sinds 1 juli 2022 niet langer dan dertig dagen overeenkomen. Eenzijdig oprekken kost bovendien betalingskorting en leveranciersgoodwill.
DSO levert het snelst echt resultaat op, omdat een deel van de vertraging in het eigen proces zit: de dagen tussen levering en verzonden factuur tellen volledig mee. Een ouderdomsanalyse laat direct zien of de oploop uit een paar grote klanten komt of uit de hele portefeuille.
DIO is meestal de grootste post en tegelijk de traagste. Voorraad saneren raakt inkoop, verkoop en leveringsbetrouwbaarheid, en het effect is pas na een of twee kwartalen zichtbaar. Begin daarom bij de artikelgroepen met de laagste omloopsnelheid, niet bij die met de hoogste waarde.
Valkuilen
- Btw aan een kant. Debiteuren en crediteuren staan inclusief btw op de balans, omzet en kostprijs eronder niet. Bij 21% levert dat structureel 21% te veel dagen op.
- DIO of DPO tegen de omzet rekenen. Beide horen tegen de kostprijs van de omzet. Rekenen tegen de omzet drukt de dagen met precies het margepercentage en maakt de uitkomst onvergelijkbaar met elke branchereeks.
- Onderhanden werk vergeten. Bij project- en bouwbedrijven staat het grootste deel van de voorfinanciering niet onder voorraad maar onder onderhanden werk. Laat je die post weg, dan lijkt de cyclus tientallen dagen korter dan hij is.
- Intercompany-posities meenemen. Rekening-courantverhoudingen tussen groepsmaatschappijen hebben geen echte betaaltermijn en vertekenen een geconsolideerde meting volledig. Filter ze eruit voordat je consolideert.
- Een daling vieren die een verschuiving is. Factoring, betaalkorting en het oprekken van leverancierstermijnen verkorten de cyclus direct, maar verplaatsen de financiering alleen. Beoordeel een daling altijd naast de brutomarge en de rentelast.
Veelgestelde vragen over de cash conversion cycle
Wat zegt de cash conversion cycle?
Hij zegt hoeveel dagen geld vastzit tussen de betaling aan de leverancier en de ontvangst van de klant. Hoe hoger het getal, hoe meer werkkapitaal nodig is om dezelfde omzet te draaien. Tien dagen eraf maakt bij een omzet van € 12 miljoen ongeveer € 330.000 aan kas vrij.
Hoe kun je de cash conversion cycle berekenen in Excel?
Zet per maand vijf kolommen neer: debiteuren, voorraad, crediteuren, omzet en kostprijs van de omzet, alle vijf exclusief btw. Reken daarnaast DSO, DIO en DPO uit en tel die in een zesde kolom op tot de cyclus. De trend over twaalf maanden zegt meer dan elke losse maand.
Is een negatieve cash conversion cycle goed?
Voor een retailer of een abonnementsbedrijf is negatief normaal en gezond: de klant betaalt voordat de leverancier betaald moet worden. Voor een productiebedrijf met een lange doorlooptijd zou hetzelfde getal betekenen dat leveranciers structureel te laat worden betaald. De uitkomst is pas te beoordelen naast het businessmodel.
Wat is het verschil met de operating cycle?
De operating cycle is DSO plus DIO en meet de tijd van inkoop tot ontvangst van het geld. Daar gaat DPO nog van af, zodat alleen het deel overblijft dat de onderneming zelf financiert.
Van kengetal naar maandelijkse sturing
De cyclus verandert elke dag, terwijl hij in veel organisaties alleen bij de jaarrekening wordt uitgerekend. Dat is te laat om er nog iets aan te doen. Smartbooks toont de ouderdomsanalyse van debiteuren en crediteuren per entiteit en geconsolideerd, met de mogelijkheid intercompany-relaties weg te filteren, en laat je debiteuren en crediteuren in de planning aan een DSO- en DPO-metric hangen. Daardoor beweegt het werkkapitaal automatisch mee met de omzetprognose en rolt de kasstroom uit hetzelfde model. Zo staan de doorlooptijden in dezelfde rapportageset als het resultaat.
Begin met twaalf maanden historie op een vaste grondslag en leg daar de aangrenzende kengetallen naast: cashflow berekenen voor de kasstroom zelf en de 13-weken cashflowplanning voor de korte termijn. De rest van de set staat in het kenniscentrum.
Gerelateerde artikelen
DSO berekenen: formule, norm en rekenvoorbeeld
23 september 2026
Cashflow berekenen: formule, methodes en rekenvoorbeeld
2 september 2026
Break-even omzet berekenen: formule, rekenvoorbeeld en veiligheidsmarge
18 september 2026
Debiteurenbeheer automatiseren: welke stappen wel en welke niet
28 september 2026
Liquiditeitsbegroting maken: opbouw, formule en voorbeeld
26 augustus 2026
Quick ratio berekenen: formule, norm en valkuilen
16 september 2026