🎓 Gratis webinar: Ontdek hoe AI jouw rapportage transformeertMeld je aan
    Terug naar kenniscentrum
    Artikelen18 september 2026

    Break-even omzet berekenen: formule, rekenvoorbeeld en veiligheidsmarge

    Break-even omzet berekenen: de formule met dekkingsbijdrage, een uitgewerkt rekenvoorbeeld, de veiligheidsmarge en de valkuilen voor controllers.

    Break-even omzet berekenen doe je door de vaste kosten te delen door de dekkingsbijdrage als percentage van de omzet: break-even omzet = vaste kosten ÷ (1 − variabele kosten ÷ omzet). De uitkomst is het omzetniveau waarop het resultaat precies nul is. Elke euro omzet daarboven draagt bij aan de winst, elke euro eronder vergroot het verlies.

    Voor een controller of CFO is dat getal vooral een toets op de begroting. Ligt de begrote omzet maar een paar procent boven het break-evenpunt, dan is het plan kwetsbaarder dan het winstcijfer doet vermoeden: een tegenvallend kwartaal of een prijsconcessie aan één grote klant duwt het resultaat onder nul. De afstand tussen de verwachte omzet en het break-evenpunt, de veiligheidsmarge, zegt daarom meer over het risico in een plan dan de begrote winst zelf. En hij laat zien wat een extra vaste kracht, een tweede vestiging of een huurverhoging werkelijk kost: niet het bedrag zelf, maar de omzet die je nodig hebt om het terug te verdienen.

    Wat is de break-even omzet?

    De break-even omzet is de omzet waarbij de dekkingsbijdrage precies gelijk is aan de vaste kosten. De dekkingsbijdrage is wat er van de omzet overblijft na aftrek van de variabele kosten: de kosten die meebewegen met het volume, zoals inkoopwaarde, uitbesteed werk, vracht en verkoopprovisie. De vaste kosten, zoals salarissen van vast personeel, huur, software en afschrijvingen, blijven binnen een normale bandbreedte gelijk, wat je ook verkoopt.

    De termen break-evenpunt, break-even point en kritiek punt slaan op hetzelfde omslagpunt. Het verschil zit in de eenheid: de omzetvariant drukt het uit in euro's, de break-even afzet in aantallen producten. Voor een bedrijf met honderden artikelen, uurtarieven of abonnementen is de omzetvariant de enige die werkt, omdat er geen enkelvoudige verkoopprijs bestaat.

    Verwar de dekkingsbijdrage niet met de brutomarge. De brutomarge trekt alleen de inkoopwaarde van de omzet af. De dekkingsbijdrage trekt álle variabele kosten af, dus ook vracht, betalingskosten en provisie die in de winst- en verliesrekening onder de brutomarge staan. Wie met de brutomarge rekent, komt op een te laag break-evenpunt uit.

    De formule om de break-even omzet te berekenen

    Dekkingsbijdrage % = (omzet − variabele kosten) ÷ omzet

    Break-even omzet = vaste kosten ÷ dekkingsbijdrage %

    1. Kies de periode. Een jaar is gebruikelijk, maar bij seizoensinvloeden wil je ook per maand de break-even omzet berekenen.
    2. Deel elke kostenrekening in als variabel of vast. Doe dat per grootboekrekening en leg de keuze vast, zodat de indeling volgend jaar hetzelfde is.
    3. Bereken de dekkingsbijdrage als percentage van de omzet.
    4. Deel de vaste kosten door dat percentage.
    5. Zet de uitkomst naast de begrote of verwachte omzet. Het verschil, gedeeld door de verwachte omzet, is de veiligheidsmarge.

    Rekenvoorbeeld: break-even omzet berekenen voor een groothandel

    Een groothandel met een eigen bezorgdienst sluit het jaar af met de volgende cijfers.

    PostBedrag
    Omzet€ 6.000.000
    Inkoopwaarde van de omzet€ 3.300.000
    Vracht, verpakking en verkoopprovisie€ 600.000
    Variabele kosten€ 3.900.000
    Dekkingsbijdrage€ 2.100.000
    Personeelskosten€ 1.150.000
    Huisvesting€ 240.000
    Overige vaste kosten€ 220.000
    Afschrijvingen€ 140.000
    Vaste kosten€ 1.750.000
    Bedrijfsresultaat€ 350.000

    De dekkingsbijdrage is 2.100.000 ÷ 6.000.000 = 35%. Het break-evenpunt ligt dan op 1.750.000 ÷ 0,35 = € 5.000.000 omzet. De veiligheidsmarge is (6.000.000 − 5.000.000) ÷ 6.000.000 = 16,7%: de omzet kan een zesde dalen voordat het resultaat negatief wordt.

    Laat je de afschrijvingen buiten beschouwing omdat ze geen kasuitgave zijn, dan krijg je het kasmatige break-evenpunt: 1.610.000 ÷ 0,35 = € 4.600.000. Onder dat niveau teert de onderneming in op haar liquide middelen, niet alleen op haar resultaat. Voor een bedrijf met een krappe liquiditeitsbegroting is dat het getal dat ertoe doet.

    Het voorbeeld laat ook zien hoe gevoelig het punt is voor de prijs. Verlaagt de groothandel alle prijzen met 3% bij gelijk volume, dan daalt de omzet naar € 5.820.000 terwijl de variabele kosten gelijk blijven. De dekkingsbijdrage zakt naar 33,0%, het break-evenpunt stijgt naar ruim € 5,3 miljoen en het bedrijfsresultaat daalt van € 350.000 naar € 170.000. Drie procent korting kost ruim de helft van de winst.

    Break-even omzet of break-even afzet?

    Verkoop je één product of een klein assortiment met vergelijkbare prijzen, dan kun je het omslagpunt ook in stuks uitdrukken:

    Break-even afzet = vaste kosten ÷ (verkoopprijs per stuk − variabele kosten per stuk)

    Bij een verkoopprijs van € 50, variabele kosten van € 32,50 per stuk en dezelfde € 1.750.000 aan vaste kosten is dat 1.750.000 ÷ 17,50 = 100.000 stuks. Vermenigvuldigd met de verkoopprijs kom je weer op € 5.000.000 uit: de twee formules zijn dezelfde rekensom in een andere eenheid. Bij een breed assortiment verschuift de productmix het gemiddelde per stuk voortdurend, en dan is de omzetvariant betrouwbaarder.

    Wat zegt de uitkomst?

    Een algemene norm voor het break-evenpunt bestaat niet; het getal is alleen zinvol naast de verwachte omzet. Kijk daarom naar de veiligheidsmarge. Als grove richting:

    • Onder 10%: kwetsbaar. Een middelgrote klant verliezen of een paar procent prijsdruk brengt het resultaat onder nul.
    • 10% tot 25%: gangbaar voor handels- en productiebedrijven met een normale kostenstructuur.
    • Boven 25%: ruim, maar kijk ook naar het absolute niveau van de vaste kosten.

    Die grenzen zijn richtinggevend en hangen sterk af van de kostenstructuur. Een SaaS-bedrijf of een productiebedrijf met zware machines heeft veel vaste en weinig variabele kosten. Daar ligt het break-evenpunt hoog, maar boven dat punt stijgt de winst snel, omdat elke extra euro omzet voor het grootste deel naar het resultaat gaat. Een handelsbedrijf met dunne marges heeft het omgekeerde profiel: een laag break-evenpunt, maar weinig resultaat per extra euro. Vergelijk daarom vooral de eigen ontwikkeling. Een break-evenpunt dat drie jaar op rij sneller stijgt dan de omzet betekent dat de vaste kosten uit de pas lopen.

    Valkuilen als je de break-even omzet berekent

    • Personeelskosten automatisch als vast aanmerken. Flexkrachten, uitzendkrachten en overuren bewegen mee met het volume. Tel je ze bij de vaste kosten, dan komt het break-evenpunt te hoog uit.
    • Rekenen met de brutomarge in plaats van de dekkingsbijdrage. Variabele kosten onder de brutomargeregel, zoals vracht en provisie, verdwijnen dan uit de som en het break-evenpunt komt te laag uit.
    • Een jaarcijfer door twaalf delen. Bij seizoenswerk ligt de omzet in sommige maanden structureel onder het maandelijkse break-evenpunt. Dat is geen probleem zolang de liquiditeit het opvangt, maar het moet wel in de planning staan.
    • Vaste kosten als eeuwig vast behandelen. Vaste kosten zijn vast binnen een capaciteit. Groeit het volume boven wat het huidige team en magazijn aankunnen, dan maakt het break-evenpunt een sprong.
    • Intercompany-omzet meetellen. In een groep met onderlinge leveringen blaast interne omzet zowel de omzet als de variabele kosten op. Reken op geconsolideerd niveau, na eliminatie.

    Veelgestelde vragen over de break-even omzet

    Hoe bereken je de break-even omzet?

    Om de break-even omzet te berekenen deel je de vaste kosten door de dekkingsbijdrage als percentage van de omzet. De dekkingsbijdrage is de omzet minus alle variabele kosten. Bij € 1.750.000 vaste kosten en een dekkingsbijdrage van 35% ligt het break-evenpunt op € 5.000.000 omzet.

    Wat is het verschil tussen break-even omzet en break-even afzet?

    De omzetvariant geeft het omslagpunt in euro's, de afzetvariant in aantallen producten. Beide leveren hetzelfde punt op zolang er één verkoopprijs is. Bij een breed assortiment of bij dienstverlening is alleen de omzetvariant bruikbaar.

    Wat is een break-even analyse?

    Een break-even analyse bepaalt bij welke omzet de kosten precies gedekt zijn, en hoe dat punt verschuift als de prijs, de variabele kosten of de vaste kosten veranderen. Het is een eenvoudige vorm van scenarioanalyse: je rekent door wat een prijsverlaging, een nieuwe vestiging of een huurverhoging doet met de omzet die minimaal nodig is.

    Tellen afschrijvingen mee in het break-evenpunt?

    In het gewone break-evenpunt wel, want afschrijvingen zijn vaste kosten. Wil je weten bij welke omzet de onderneming geen geld verliest, dan laat je ze weg en reken je het kasmatige break-evenpunt uit. Dat ligt lager, maar houdt geen rekening met de vervanging van de activa.

    Het break-evenpunt in je begroting en forecast

    Eén keer de break-even omzet berekenen voor de jaarrekening is eenvoudig. Het getal elke maand naast de actuele omzet en de forecast zien is dat niet, omdat de indeling in vaste en variabele kosten dan in een apart rekenblad leeft. In Smartbooks maak je in de rekeningstructuur twee subfolders, Variabele kosten en Vaste kosten, en sleep je de kostenrekeningen erin; elke subfolder vormt automatisch het subtotaal. De dekkingsbijdrage en het break-evenpunt leg je vast als metrics met een formule die naar die subfolders verwijst, en met een dynamische toevoeging zet je ze direct onder de juiste regel in de winst- en verliesrekening. Kopieer je de begroting naar een forecast, dan gaan de formules mee en pas je alleen de aannames aan die verschillen. De projectie, die de gerealiseerde maanden aanvult met de begroting of forecast, zet de verwachte jaaromzet ernaast.

    Hoe begroting en forecast zich tot elkaar verhouden lees je in het kenniscentrum, of bekijk hoe budgetteren en cashflowplanning in Smartbooks werken.

    PlanningBudgetterenForecast