🎓 Gratis webinar: Ontdek hoe AI jouw rapportage transformeertMeld je aan
    Terug naar kenniscentrum
    Artikelen2 september 2026

    Cashflow berekenen: formule, methodes en rekenvoorbeeld

    Cashflow berekenen: de formule voor operationele en vrije kasstroom, met rekenvoorbeeld, normen en de valkuilen die het beeld vertekenen.

    Cashflow berekenen doe je door het nettoresultaat te corrigeren voor posten die geen geld kosten en voor de mutaties in de balans: nettowinst plus afschrijvingen, min de toename van het werkkapitaal, min de investeringen, plus het saldo van de financiering. De uitkomst is het bedrag dat een onderneming in een periode werkelijk heeft overgehouden of verbruikt.

    Voor een controller is dat een ander getal dan de winst, en meestal het belangrijkere. Een onderneming kan een uitstekend resultaat rapporteren en tegelijk leeglopen, omdat de groei volledig in debiteuren en voorraad gaat zitten. Winst is een toerekening over perioden; kasstroom is wat er op de bankrekening gebeurt.

    Welke cashflow bereken je?

    Cashflow is geen enkelvoudig begrip. Een kasstroomoverzicht kent drie niveaus, en de meeste misverstanden ontstaan doordat twee mensen een ander niveau bedoelen.

    • Operationele kasstroom – het geld dat de bedrijfsvoering zelf oplevert, na correctie voor de mutatie in het werkkapitaal. Dit is het niveau waar een bank en een investeerder naar kijken.
    • Investeringskasstroom – aankopen en verkopen van materiële en immateriële vaste activa en van deelnemingen.
    • Financieringskasstroom – opgenomen en afgeloste leningen, kapitaalstortingen en uitgekeerd dividend.

    Daarnaast is er de vrije kasstroom: de operationele kasstroom min de investeringen die nodig zijn om de capaciteit in stand te houden. Dat is het bedrag dat overblijft voor aflossing, dividend en overnames, en daarmee het getal dat in waarderingen en in bankconvenanten opduikt.

    De formule om de cashflow te berekenen

    Operationele kasstroom = nettowinst + afschrijvingen en overige niet-kasposten − toename werkkapitaal

    Vrije kasstroom = operationele kasstroom − investeringen in vaste activa

    1. Begin bij het nettoresultaat na belasting uit de winst-en-verliesrekening.
    2. Tel de niet-kasposten erbij op: afschrijvingen, amortisatie, mutaties in voorzieningen en ongerealiseerde koersverschillen.
    3. Corrigeer voor de mutatie in het werkkapitaal. Een toename van debiteuren en voorraden kost geld, een toename van crediteuren levert het juist op. De opbouw daarvan staat in werkkapitaal berekenen.
    4. Trek de investeringen in vaste activa af en tel de opbrengst van desinvesteringen erbij op.
    5. Tel het saldo van de financiering erbij: opgenomen leningen minus aflossingen, dividend en kapitaalmutaties.
    6. Sluit af met de controle: de som van de drie kasstromen hoort exact gelijk te zijn aan de mutatie van de liquide middelen tussen begin- en eindbalans. Klopt dat niet, dan mist er een balansmutatie of staat er een post dubbel.

    Rekenvoorbeeld

    Een productiebedrijf sluit het boekjaar af met de volgende cijfers.

    PostBedrag
    Nettowinst na belasting€ 620.000
    Afschrijvingen€ 240.000
    Toename debiteuren− € 180.000
    Toename voorraden− € 60.000
    Toename crediteuren€ 95.000
    Operationele kasstroom€ 715.000
    Investeringen in machines− € 310.000
    Vrije kasstroom€ 405.000
    Aflossing lening− € 150.000
    Uitgekeerd dividend− € 100.000
    Mutatie liquide middelen€ 155.000

    De winst bedraagt € 620.000, maar er komt € 155.000 bij op de bank. Dat verschil van € 465.000 zit niet in de exploitatie: € 145.000 gaat naar werkkapitaal, € 310.000 naar machines en € 250.000 naar de bank en de aandeelhouder, terwijl de afschrijving van € 240.000 juist geen geld heeft gekost.

    Direct of indirect de cashflow berekenen

    Twee routes leiden naar dezelfde uitkomst. De directe methode telt de werkelijke ontvangsten en betalingen op, meestal vanuit de bankmutaties en de openstaande posten van debiteuren en crediteuren. Die route is nauwkeurig op weekniveau en het uitgangspunt van een 13-weken cashflowplanning, maar vraagt een administratie waarin elke betaling herleidbaar is naar een categorie.

    De indirecte methode vertrekt vanuit het resultaat en de balansmutaties, precies zoals hierboven. Ze sluit per definitie aan op de jaarrekening en is daarom de standaard in de externe verslaggeving. Smartbooks rekent langs deze weg: het cashflowoverzicht wordt opgebouwd uit de resultaten en de balansmutaties tussen twee perioden, zodat het historische overzicht meebeweegt met de administratie. Voor een prognose geldt dezelfde logica: je plant de winst-en-verliesrekening en de balans, laat het resultaat via de winstreserve in het eigen vermogen landen en maakt de liquide middelen de sluitpost van alle overige balansmutaties. Hang je debiteuren en crediteuren aan een DSO- of DPO-metric, dan beweegt het werkkapitaal automatisch mee met het plan.

    Wanneer is de uitkomst goed?

    Er bestaat geen harde norm zoals bij de current ratio, maar drie toetsen werken in de praktijk.

    • Operationele kasstroom tegenover nettowinst. Over meerdere jaren hoort de operationele kasstroom hoger te liggen dan de winst, alleen al omdat de afschrijving erbij komt. Ligt hij structureel lager, dan wordt de winst gefinancierd met werkkapitaal.
    • Cash conversion. De operationele kasstroom gedeeld door de EBITDA ligt bij een stabiel bedrijf grofweg tussen 80% en 100%. Groeiers en projectgedreven bedrijven zitten daar structureel onder; hoe je die noemer opbouwt staat in EBITDA berekenen.
    • Vrije kasstroom over de cyclus. Eén jaar met een negatieve vrije kasstroom is bij een grote vervangingsinvestering normaal. Drie jaar op rij niet, tenzij de onderneming bewust groeit op vreemd vermogen en de financier dat weet.

    Toets de uitkomst daarnaast altijd tegen je eigen leningdocumentatie. Convenanten als net debt / EBITDA of een minimale debt service coverage verschillen per bank, per branche en per financieringsronde; een algemene vuistregel bestaat er niet.

    Valkuilen

    • EBITDA lezen als kasstroom. EBITDA negeert werkkapitaal, investeringen, rente en belasting – precies de vier posten die het verschil maken tussen een goed jaar en een liquiditeitsprobleem.
    • Balansmutaties zonder correctie overnemen. Een balans in vreemde valuta bevat koersverschillen die geen geldstroom zijn, en herwaarderingen en desinvesteringen evenmin. Reken je die mee, dan sluit het overzicht wel, maar meet je iets anders dan kasstroom.
    • Consolideren zonder eliminaties. Rekening-courantverhoudingen tussen groepsmaatschappijen leveren op groepsniveau kasstromen op die er niet zijn.
    • Kas in een dochter als vrij beschikbaar tellen. Zonder cashpool, of bij dividendrestricties, staat dat saldo niet ter beschikking van de holding.
    • Alleen achteruit kijken. Een kasstroomoverzicht verklaart het verleden. Voor sturing hoort er een liquiditeitsbegroting naast te liggen die vooruit kijkt.

    Veelgestelde vragen

    Hoe kun je de cashflow berekenen uit een jaarrekening?

    Neem het nettoresultaat uit de winst-en-verliesrekening, tel de afschrijvingen en overige niet-kasposten erbij op en corrigeer met de mutaties tussen de begin- en de eindbalans. Dat is de indirecte methode. De uitkomst moet exact gelijk zijn aan het verschil in liquide middelen tussen beide balansen; die aansluiting is meteen je controle.

    Wat is het verschil tussen cashflow en winst?

    Winst rekent opbrengsten en kosten toe aan de periode waarin ze thuishoren, ongeacht wanneer er betaald wordt. Cashflow meet het moment van betalen zelf. Een factuur met dertig dagen krediet is vandaag winst en pas over een maand geld op de rekening.

    Is EBITDA hetzelfde als cashflow?

    Nee. EBITDA is het operationele resultaat vóór afschrijvingen en daarmee hooguit een ruwe benadering. Er zitten geen werkkapitaalmutaties, investeringen, rente of belasting in, terwijl juist die posten bepalen wat er onderaan de streep op de bankrekening overblijft.

    Hoe vaak moet je de cashflow berekenen?

    Maandelijks bij de afsluiting, als vast onderdeel van de rapportage. Een kasstroomoverzicht dat alleen bij de jaarrekening verschijnt, komt te laat om er nog een beslissing op te baseren.

    Begin bij de maandafsluiting: zet naast de winst-en-verliesrekening één pagina met de drie kasstromen en de aansluiting op het banksaldo. Wil je die berekening niet elke maand met de hand herhalen, bekijk dan hoe budgetteren en cashflowplanning in één model samenkomen, of blader door het kenniscentrum voor de aangrenzende kengetallen.

    RapporterenForecastBudgetteren