🎓 Gratis webinar: Ontdek hoe AI jouw rapportage transformeertMeld je aan
    Terug naar kenniscentrum
    Artikelen16 september 2026

    Quick ratio berekenen: formule, norm en valkuilen

    Quick ratio berekenen: de formule zonder voorraden, een rekenvoorbeeld, wanneer een uitkomst onder 1 zorgelijk is en het verschil met de current ratio.

    Quick ratio berekenen doe je door de vlottende activa minus de voorraden te delen door de kortlopende schulden. De uitkomst laat zien of een onderneming haar verplichtingen binnen een jaar kan voldoen zonder eerst voorraad te hoeven verkopen.

    Dat is precies de vraag die de current ratio openlaat. Een onderneming met een current ratio van 1,9 en een magazijn vol traag lopende artikelen heeft geen buffer maar een verkoopopgave. De quick ratio haalt die voorraad uit de teller en geeft daarmee het strengere beeld van de directe betaalcapaciteit — de reden dat banken hem in covenanten naast de current ratio zetten.

    Wat is de quick ratio?

    De quick ratio, ook wel acid test of kengetal voor directe liquiditeit, meet de verhouding tussen de bezittingen die op korte termijn zonder waardeverlies in geld zijn om te zetten en de schulden die binnen een jaar moeten worden betaald. Het verschil met de current ratio zit in één post: de voorraad.

    Er zijn twee gangbare schrijfwijzen van de formule, en die leveren niet altijd dezelfde uitkomst op:

    • Aftrekkende variant: vlottende activa minus voorraden. Dit is de meest gebruikte definitie en de variant die in bankconvenanten staat.
    • Optellende variant: liquide middelen plus debiteuren plus kortlopende effecten. Deze laat naast de voorraad ook de overlopende activa buiten beschouwing, en terecht: een vooruitbetaalde verzekeringspremie of huur is geen geld dat nog binnenkomt.

    Staan er substantiële vooruitbetaalde kosten of overige vorderingen op de balans, dan valt de optellende variant merkbaar lager uit. Kies één definitie, leg vast welke posten erin zitten en gebruik hem consequent. Een ratio die per rapportage van samenstelling wisselt is geen stuurinformatie maar ruis.

    De formule om de quick ratio te berekenen

    Quick ratio = (vlottende activa − voorraden) ÷ kortlopende schulden

    1. Tel de vlottende activa op: voorraden, onderhanden werk, debiteuren, overige vorderingen, overlopende activa en liquide middelen.
    2. Trek de voorraden eraf. Reken bij een productie- of projectorganisatie ook het onderhanden werk als voorraad: dat is net zo min binnen een maand in kas om te zetten.
    3. Tel de kortlopende schulden op: crediteuren, af te dragen btw en loonheffingen, het opgenomen deel van het rekening-courantkrediet, de aflossingsverplichting op langlopende leningen binnen twaalf maanden en de overlopende passiva.
    4. Deel de gecorrigeerde vlottende activa door de kortlopende schulden.

    De uitkomst is een factor, geen percentage. Een quick ratio van 1,10 betekent dat tegenover elke euro kortlopende schuld €1,10 aan snel liquide bezittingen staat.

    Rekenvoorbeeld: quick ratio berekenen

    BalanspostBedrag
    Voorraden€480.000
    Onderhanden werk€120.000
    Debiteuren€620.000
    Overlopende activa€40.000
    Liquide middelen€110.000
    Vlottende activa€1.370.000
    Af: voorraden en onderhanden werk− €600.000
    Teller quick ratio€770.000
    Kortlopende schulden€700.000
    Quick ratio1,10

    Quick ratio = 770.000 ÷ 700.000 = 1,10. Dezelfde balans levert een current ratio van 1.370.000 ÷ 700.000 = 1,96 op. Die twee getallen vertellen een ander verhaal: de current ratio suggereert een comfortabele positie, de quick ratio laat zien dat bijna de helft van de dekking in voorraad en onderhanden werk zit.

    Wie in dit voorbeeld de optellende variant hanteert, houdt alleen debiteuren en liquide middelen over: 730.000 ÷ 700.000 = 1,04. Het verschil van zes honderdsten komt volledig uit de overlopende activa en de overige vorderingen. Bij een covenantgrens van 1,0 is dat geen theoretische discussie.

    Wat is een goede quick ratio?

    Als vuistregel geldt een quick ratio van 1 of hoger als gezond: de kortlopende schulden kunnen dan worden voldaan zonder voorraad te verkopen. Onder 1 is de onderneming voor haar betaalcapaciteit afhankelijk van voorraadverkoop, extra krediet of uitstel bij leveranciers.

    Die norm is wel sterk sectorafhankelijk. Supermarkten en horeca rekenen direct af en kopen op krediet in; een quick ratio van 0,3 tot 0,5 is daar normaal en niet verontrustend. Groothandel en machinebouw hebben juist een ruimere marge nodig, omdat zowel de voorraad als de debiteurentermijn lang is. Bij zuivere dienstverlening zonder voorraad liggen quick ratio en current ratio vrijwel gelijk; het kengetal voegt daar weinig toe en kun je beter vervangen door een blik op de debiteurenaging.

    Belangrijker dan het niveau op één balansdatum is de richting over twaalf maanden, en de samenhang met het werkkapitaal en de solvabiliteit. Een quick ratio die in vier kwartalen van 1,4 naar 1,0 zakt is een serieuzer signaal dan een stabiele 0,9.

    Valkuilen bij de quick ratio

    • Oninbare debiteuren tellen gewoon mee. De formule haalt de incourante voorraad eruit, maar niet de factuur die 180 dagen openstaat. Corrigeer de teller voor de voorziening dubieuze debiteuren, anders meet je betaalcapaciteit die er niet is.
    • De balansdatum is een momentopname. Wie vlak voor de peildatum crediteuren betaalt uit het rekening-courantkrediet, verlaagt teller en noemer met hetzelfde bedrag en duwt een ratio boven 1 dus omhoog. Beoordeel de reeks, niet het punt.
    • Rekening-courantkrediet hoort in de noemer, ook als de bank de faciliteit elk jaar stilzwijgend verlengt. De ongebruikte ruimte hoort er niet in de teller bij: dat is financieringsruimte, geen bezit.
    • Onderhanden werk staat vaak buiten de voorraadregel. Bij projectorganisaties is dat de grootste post die ten onrechte in de teller blijft staan, terwijl het pas na oplevering en facturatie kas wordt.
    • Geconsolideerd ziet het er anders uit dan per entiteit. Intercompany-vorderingen en -schulden vallen weg in de eliminatie, waardoor een werkmaatschappij krap kan zitten terwijl de groep ruim staat. Bereken de ratio op beide niveaus voordat je er een conclusie aan verbindt.

    Veelgestelde vragen over de quick ratio

    Hoe moet je de quick ratio berekenen?

    Trek de voorraden af van de vlottende activa en deel het restant door de kortlopende schulden. Beide posten haal je rechtstreeks uit de balans. Reken het onderhanden werk mee als voorraad wanneer dat apart op de balans staat.

    Wat is het verschil tussen de quick ratio en de current ratio?

    De current ratio deelt alle vlottende activa door de kortlopende schulden; de quick ratio laat de voorraad buiten de teller. De quick ratio is daarmee de strengere maatstaf en valt per definitie lager uit, behalve bij een onderneming zonder voorraad.

    Wat betekent een quick ratio onder 1?

    De schulden die binnen een jaar moeten worden betaald zijn groter dan de bezittingen die op korte termijn in geld zijn om te zetten. In een sector met snelle voorraadomloop hoeft dat geen probleem te zijn; bij lange doorlooptijden is het een reden om de kasprognose te verscherpen.

    Kan de quick ratio te hoog zijn?

    Ja. Een quick ratio van 3 of hoger betekent meestal dat er veel geld in debiteuren of op de rekening staat zonder te renderen. Dat is geen liquiditeitsrisico maar een rendementsvraag.

    De quick ratio maandelijks berekenen in plaats van één keer per jaar

    In veel organisaties wordt dit kengetal pas bij de jaarrekening uitgerekend, terwijl de onderliggende posten elke week bewegen. Smartbooks legt zo'n ratio vast als eigen metric: een formule over de balansrekeningen die als vaste regel of KPI-tegel in de maandrapportage verschijnt, met de vorige periode of het budget als referentie, per entiteit en op consolidatieniveau.

    Daarmee staat de quick ratio in dezelfde rapportageset als het resultaat, en zie je de trend voordat een covenant in zicht komt. Wil je verder kijken dan de balansdatum, zet hem dan naast een liquiditeitsbegroting die de kasstroom per week vooruit plant. Plan een demo en zie de ratio op je eigen balans.

    AnalyseCashflowBusiness ControlKPI