Kostprijs berekenen: formule, opslagmethode en rekenvoorbeeld
Kostprijs berekenen: de formule, de opslagmethode, een rekenvoorbeeld per eenheid en het verschil tussen integrale en variabele kostprijs.
De kostprijs berekenen doe je door de directe kosten per eenheid op te tellen en daar een opslag voor de indirecte kosten bij te tellen: integrale kostprijs = directe kosten per eenheid × (1 + opslagpercentage). De uitkomst is wat één product, order of dienst de onderneming werkelijk kost, en daarmee de ondergrens waaronder elke verkoopprijs marge weggeeft.
Voor een controller is dat zelden een eenmalige rekensom. De kostprijs verbindt de calculatie die de verkoop gebruikt, de voorraadwaardering op de balans en de margeanalyse in de maandrapportage. Wijkt de werkelijke productie af van de bezetting waarmee de opslag is bepaald, dan verschuift hij zonder dat er iets is ingekocht of verkocht. Dat bezettingsverschil is in de praktijk de grootste bron van onverklaarde margeverschillen, en het eerste wat je uitsluit voordat je naar inkoopprijzen of verkoopkortingen kijkt.
Wat is de kostprijs?
De kostprijs is het totaal van de kosten die aan één eenheid product, order of dienst worden toegerekend. Twee soorten kosten komen daarin samen. Directe kosten zijn rechtstreeks toe te wijzen: materiaalverbruik, inkoopwaarde, directe uren en uitbesteed werk. Indirecte kosten horen bij de onderneming als geheel — productieleiding, onderhoud, huisvesting, verkoop en algemeen beheer — en moeten met een verdeelsleutel worden toegerekend.
Dat levert twee varianten op. De integrale kostprijs rekent alle kosten toe, dus ook de vaste indirecte; in het Engels heet dat absorption costing. De variabele kostprijs rekent alleen de kosten toe die met het volume meebewegen en laat de vaste kosten als periodekosten in de winst- en verliesrekening staan. Dezelfde onderneming heeft dus twee geldige kostprijzen; welke je nodig hebt hangt af van de beslissing die voorligt. De woorden kostprijsberekening en vervaardigingsprijs slaan op de eerste variant.
De formule om de kostprijs te berekenen
Je kunt de kostprijs berekenen per product, per order of per gewerkt uur; de rekenwijze is dezelfde, alleen de eenheid verschilt.
Opslagpercentage = totale indirecte kosten ÷ totale directe kosten bij normale bezetting × 100
Integrale kostprijs per eenheid = directe kosten per eenheid × (1 + opslagpercentage)
- Bepaal het directe materiaal per eenheid: het genormeerde verbruik maal de inkoopprijs, inclusief een percentage voor uitval en afkeur.
- Bepaal de directe arbeid: de standaardtijd per eenheid maal een integraal uurtarief, dus inclusief werkgeverslasten, verlof en verzuim.
- Groepeer de indirecte kosten naar de manier waarop ze ontstaan. Minimaal twee groepen: productie-indirect, en verkoop plus algemeen beheer.
- Kies per groep een verdeelsleutel — directe kosten, directe uren, machine-uren of vierkante meters — en bepaal de normale bezetting: het volume dat je over een reeks jaren gemiddeld haalt, niet het volume van dit jaar.
- Deel de kosten per groep door die basis en tel de opslag bij de directe kosten op.
Rekenvoorbeeld: kostprijs berekenen met de opslagmethode
Een productiebedrijf maakt bij normale bezetting 40.000 eenheden per jaar. De directe kosten zijn € 50,00 per eenheid, samen € 2.000.000. De indirecte kosten bedragen € 1.280.000: € 800.000 productie-indirect en € 480.000 verkoop en algemeen beheer. De opslagpercentages zijn dan 800.000 ÷ 2.000.000 = 40% en 480.000 ÷ 2.000.000 = 24%.
| Post | Per eenheid |
|---|---|
| Direct materiaal | € 18,50 |
| Directe arbeid (0,75 uur × € 42,00) | € 31,50 |
| Directe kosten | € 50,00 |
| Opslag productie-indirect (40%) | € 20,00 |
| Productiekostprijs | € 70,00 |
| Opslag verkoop en beheer (24%) | € 12,00 |
| Integrale kostprijs | € 82,00 |
Bij een verkoopprijs van € 98,00 blijft er € 16,00 per eenheid over. Is van de € 1.280.000 indirecte kosten € 160.000 werkelijk variabel — energie, hulpmaterialen, uitgaande vracht — dan is de variabele kostprijs € 54,00 en de dekkingsbijdrage € 44,00 per eenheid. Dat verschil van € 28,00 is geen rekenfout, maar de vaste overhead die de ene variant toerekent en de andere niet.
Zakt de productie naar 32.000 eenheden, dan blijven de vaste indirecte kosten van € 1.120.000 staan en lopen alleen de variabele mee. De indirecte kosten per eenheid stijgen naar € 39,00 en de integrale kostprijs naar € 89,00: elf procent hoger zonder dat één inkoopprijs is veranderd. Wie de opslag op de werkelijke bezetting baseert, calculeert in een dalende markt zijn eigen prijsverhoging. Houd je het oude percentage van 64% aan, dan blijft € 224.000 aan vaste kosten onverdeeld: het bezettingsverschil, dat apart in de afwijkingenanalyse thuishoort.
Integrale of variabele kostprijs?
Voor de hoogte van een kostprijs bestaat geen norm, voor de keuze van de variant wel. Die hangt aan de beslissing:
- Prijslijst en langetermijncalculatie: integraal. Over de volle levensduur van een product moeten alle kosten terugkomen, inclusief de overhead.
- Voorraadwaardering: integraal, maar alleen het deel dat aan de vervaardiging is toe te rekenen. Verkoopkosten en algemeen beheer horen niet op de balans. Hoeveel indirecte productiekosten je mag opnemen verschilt per verslaggevingsstelsel; leg de keuze vast in de waarderingsgrondslagen en houd hem over de jaren gelijk.
- Extra order, make-or-buy, uitfaseren: variabel, met de dekkingsbijdrage als maatstaf. De vaste kosten lopen door of je de order aanneemt of niet.
- Ondergrens voor een korting: variabel op korte termijn, integraal zodra het structureel wordt. Een order onder de integrale kostprijs is verdedigbaar als uitzondering en dodelijk als gewoonte.
De gangbare fout is de integrale kostprijs als beslissingsgetal gebruiken. Een order van € 70,00 per eenheid lijkt verliesgevend tegenover een kostprijs van € 82,00, terwijl hij tegenover een variabele kostprijs van € 54,00 nog € 16,00 dekkingsbijdrage oplevert zolang er vrije capaciteit is.
Van kostprijs naar verkoopprijs
De kostprijs is de ondergrens van de prijs, niet de prijs zelf. Reken je met een opslag erop, houd dan het verschil tussen opslag en marge in het oog: € 82,00 plus 20% opslag is € 98,40, en dat is een marge van 16,7% op de verkoopprijs, niet van 20%. Die omrekening staat in het artikel over het berekenen van de brutomarge; de dekkingsbijdrage uit het rekenvoorbeeld is de ingang voor het berekenen van de break-even omzet.
Valkuilen bij het kostprijs berekenen
- De opslag op de werkelijke bezetting baseren. Dan stijgt de calculatie precies wanneer de omzet daalt, en een prijsverhoging in een krimpende markt versnelt de krimp. Gebruik de normale bezetting en verantwoord het verschil apart.
- Eén opslagpercentage voor het hele bedrijf. Een arbeidsintensieve en een machine-intensieve lijn hebben verschillende kostenstructuren. Eén sleutel laat de ene lijn de andere subsidiëren en maakt de productmix onbestuurbaar.
- Een te schoon uurtarief. Zonder werkgeverslasten, verlof, verzuim en indirecte uren ligt een uurtarief twintig tot veertig procent te laag, en die fout zit in elke eenheid.
- Uitval en voorraadverschillen buiten het materiaalverbruik laten. De calculatie rekent met het theoretische verbruik, de voorraadadministratie met het werkelijke. Het verschil hoort in de kostprijs, niet in een restpost.
- Intercompany-verrekenprijzen als kostprijs behandelen. In de prijs van een zusteronderneming zit al een marge. Op concernniveau geldt alleen de kostprijs na eliminatie van intercompany-transacties.
Veelgestelde vragen over de kostprijs
Hoe moet je de kostprijs berekenen?
Tel de directe materiaal- en arbeidskosten per eenheid op en voeg daar een opslag voor de indirecte kosten aan toe. Dat opslagpercentage is de totale indirecte kostenpost gedeeld door de gekozen verdeelbasis bij normale bezetting. Bij € 50,00 directe kosten en 64% opslag komt de integrale kostprijs op € 82,00 per eenheid.
Wat is het verschil tussen integrale en variabele kostprijs?
De integrale kostprijs rekent ook de vaste indirecte kosten toe, de variabele kostprijs alleen de kosten die met het volume meebewegen. De eerste gebruik je voor prijslijsten en voorraadwaardering, de tweede voor beslissingen over een extra order of het uitbesteden van werk.
Wat is de opslagmethode?
De opslagmethode rekent indirecte kosten toe als percentage van een directe basis: de directe kosten, de directe uren of de machine-uren. Hij is eenvoudig te onderhouden, maar wordt onnauwkeurig zodra producten de indirecte capaciteit heel verschillend belasten. Dan is een kostenplaatsmethode of activity-based costing nauwkeuriger.
Hoe vaak moet je de kostprijs opnieuw berekenen?
Minimaal per kwartaal, en altijd direct na een nieuw inkoopcontract, een loonronde of een structurele wijziging in de bezetting. De verdeelsleutels zelf herzie je bij voorkeur alleen bij de begroting: verander je die tussentijds, dan is geen enkele margevergelijking tussen perioden nog betrouwbaar.
De kostprijs maandelijks in je rapportage
De calculatie is het probleem niet; hem elke maand naast de werkelijke cijfers zetten is dat wel, omdat de opslagpercentages meestal in een los rekenblad leven dat niemand bijwerkt. In Smartbooks splits je daarvoor de rekeningstructuur: subfolders voor directe en indirecte kosten vormen automatisch hun subtotaal, en grootboekrekeningen die beide soorten kosten bevatten kun je splitsen voordat ze in de analyse komen. Het geproduceerde of verkochte volume leg je vast als metric met handmatige invoer, waarna een tweede metric met een formule naar die subtotalen en dat aantal verwijst. Met een dynamische toevoeging zet je die regel direct onder de kostprijsregel in de winst- en verliesrekening, en via de kostenplaatsselector bekijk je dezelfde opbouw per productielijn of vestiging — met de beperking dat een formule niet van de ene kostenplaats naar de andere kan verwijzen.
Meer formules en normen uit deze reeks staan in het kenniscentrum, of bekijk hoe de rapportage is opgebouwd.
Gerelateerde artikelen
Afwijkingenanalyse: budget vs realisatie in 5 stappen
14 oktober 2026
Omloopsnelheid voorraad berekenen: formule, dagen en norm
5 oktober 2026
Cash conversion cycle berekenen: formule en voorbeeld
30 september 2026
Liquiditeitsbegroting maken: opbouw, formule en voorbeeld
26 augustus 2026
Managementrapportage: wat erin hoort en hoe je hem opbouwt
12 oktober 2026
Minderheidsbelang: aandeel derden bepalen en presenteren
9 oktober 2026