Kasstroomoverzicht: zo stel je er een op, met voorbeeld
Een kasstroomoverzicht laat zien waar het geld vandaan kwam en waar het bleef. Met de indirecte methode, een voorbeeld en de aansluiting op de bank.
Een kasstroomoverzicht laat zien hoeveel geld een onderneming in een periode heeft ontvangen en uitgegeven, uitgesplitst naar operationele, investerings- en financieringsactiviteiten, met als sluitregel de mutatie van de geldmiddelen op de balans. Het is daarmee het derde onderdeel van de financiële rapportage, naast de winst-en-verliesrekening en de balans.
Voor een controller is het het enige overzicht dat verklaart waarom een winstgevend jaar met minder geld op de bank kan eindigen. De winst-en-verliesrekening meet prestatie, de balans meet positie; pas dit overzicht legt de brug tussen die twee en maakt zichtbaar welk deel van het resultaat ook werkelijk in kas is gekomen. Hoe je de losse kasstromen uitrekent staat in cashflow berekenen; dit artikel gaat over het overzicht als document: de opbouw, de presentatie, de aansluiting en de interpretatie.
Wat staat er in een kasstroomoverzicht?
Het overzicht bestaat uit drie kasstromen en een sluitregel die ze verbindt met de bank:
- Operationele activiteiten: het geld dat de exploitatie zelf heeft opgeleverd of gekost, inclusief de mutaties in het werkkapitaal, betaalde interest en betaalde winstbelasting.
- Investeringsactiviteiten: aankoop en verkoop van materiële en immateriële vaste activa en van deelnemingen.
- Financieringsactiviteiten: opgenomen en afgeloste leningen, stortingen van aandeelhouders en uitgekeerd dividend.
- Mutatie van de geldmiddelen: de som van de drie, die exact gelijk moet zijn aan het verschil tussen de begin- en de eindstand van de liquide middelen.
Die laatste regel maakt het overzicht controleerbaar. Een winst-en-verliesrekening kun je niet tegen een extern gegeven aanleggen, een kasstroomoverzicht wel: het eindigt op een bedrag dat ook op het bankafschrift staat. Dat is de reden dat dit overzicht in een managementrapportage hoort en niet alleen in de jaarrekening.
Verplicht is het niet voor iedereen. Richtlijn 360 van de Raad voor de Jaarverslaggeving vraagt een kasstroomoverzicht van middelgrote en grote rechtspersonen; de kleine rechtspersoon is vrijgesteld. Rapporteer je onder IFRS, dan is IAS 7 van toepassing en is het overzicht altijd onderdeel van de jaarrekening. Die verplichting gaat over de jaarrekening, niet over je maandcijfers – maar wie het alleen in maart opstelt, mist elf maanden signaal.
Het kasstroomoverzicht volgens de indirecte methode
Bij de indirecte methode begin je niet bij de bankmutaties maar bij het resultaat, en reken je terug naar geld. De presentatie loopt in vaste stappen:
- Begin bij het bedrijfsresultaat (EBIT). Sommige modellen beginnen bij het nettoresultaat; dan corrigeer je interest en belasting niet onderaan maar bovenaan.
- Tel de niet-geldelijke lasten erbij op: afschrijvingen, amortisatie, mutaties in voorzieningen en ongerealiseerde herwaarderingen.
- Verwerk de mutaties in het werkkapitaal: voorraden, debiteuren, crediteuren en overige kortlopende posten. Een stijgende post aan de activazijde kost geld, een stijgende schuld levert geld op.
- Haal betaalde interest en betaalde winstbelasting eraf. Daarmee kom je op de operationele kasstroom.
- Presenteer daaronder de investeringskasstroom en de financieringskasstroom, en sluit af op de mutatie van de geldmiddelen.
De directe methode doet hetzelfde met echte ontvangsten en betalingen per categorie. Die is leesbaarder, maar vraagt een kasadministratie die de meeste grootboeken niet uit zichzelf opleveren. Daarom is de indirecte methode de standaard in de verslaggeving, en hoort de directe opzet bij vooruitkijken: een liquiditeitsbegroting of een 13-weken-cashflowplanning rekent met verwachte in- en uitgaande betalingen. Het verschil is de richting: een prognose kijkt vooruit, dit overzicht kijkt terug.
Een kasstroomoverzicht opstellen uit twee balansen
Je hebt drie dingen nodig: de balans aan het begin van de periode, de balans aan het eind, en de winst-en-verliesrekening ertussen. De werkwijze:
- Zet beide balansen naast elkaar en bereken per post de mutatie.
- Wijs elke mutatie toe aan een van de drie kasstromen. Vaste activa gaan naar investeringen, leningen en eigen vermogen naar financiering, de rest naar operationeel.
- Haal de mutaties eruit die geen geld zijn geweest: koersverschillen, herwaarderingen, de boekwinst of het boekverlies op een desinvestering, de dotatie aan een voorziening en de balansposten die door een acquisitie in de cijfers kwamen.
- Neem bij een desinvestering de werkelijke opbrengst op in de investeringskasstroom, niet de boekwaarde en niet de boekwinst.
- Tel de drie kasstromen op en vergelijk de uitkomst met de mutatie van de liquide middelen. Die twee moeten gelijk zijn.
- Blijft er verschil staan, zoek het dan in de posten uit stap 3 en in het kortlopende deel van de langlopende schulden – dat is de klassieke plek waar een financieringsmutatie per ongeluk in het werkkapitaal belandt.
In Smartbooks zit dit als eigen tabblad naast de winst-en-verliesrekening en de balans: het tabblad Cash Flow in de Financial Accounts is opgezet rond de indirecte methode, waarbij de historische resultaten en balansmutaties de kasstroom berekenen. In de rapportconfigurator zet je de gegevensbron van een tabelkaart op Cash Flow om het overzicht te tonen, naast actuals of naast een cashflowprognose.
Kasstroomoverzicht voorbeeld
Een volledig gepresenteerd overzicht voor een handelsonderneming over een boekjaar:
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Bedrijfsresultaat | € 420.000 |
| Afschrijvingen | € 180.000 |
| Mutatie voorzieningen | € 25.000 |
| Mutatie voorraden | −€ 60.000 |
| Mutatie debiteuren | −€ 140.000 |
| Mutatie crediteuren | € 75.000 |
| Mutatie overige kortlopende schulden | € 15.000 |
| Kasstroom uit bedrijfsoperaties | € 515.000 |
| Betaalde interest | −€ 45.000 |
| Betaalde winstbelasting | −€ 80.000 |
| Kasstroom uit operationele activiteiten | € 390.000 |
| Investeringen in materiële vaste activa | −€ 310.000 |
| Opbrengst desinvesteringen | € 35.000 |
| Kasstroom uit investeringsactiviteiten | −€ 275.000 |
| Opgenomen langlopende lening | € 150.000 |
| Aflossing langlopende leningen | −€ 120.000 |
| Betaald dividend | −€ 100.000 |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | −€ 70.000 |
| Mutatie geldmiddelen | € 45.000 |
| Geldmiddelen begin boekjaar | € 215.000 |
| Geldmiddelen einde boekjaar | € 260.000 |
De drie kasstromen tellen op tot € 45.000 en dat is precies het verschil tussen € 215.000 en € 260.000. Pas als die regel klopt is het overzicht af.
Hoe lees je een kasstroomoverzicht?
Drie dingen vertellen je in één blik hoe de onderneming ervoor staat.
- Operationele kasstroom tegenover nettowinst. In het voorbeeld is de operationele kasstroom € 390.000 bij een nettoresultaat van ongeveer € 280.000: de winst wordt in geld omgezet. Staat die verhouding structureel onder 1, dan loopt het resultaat vast in debiteuren of voorraad. Dat is precies het soort verschil dat je in een afwijkingenanalyse wilt kunnen verklaren.
- Investeringskasstroom tegenover afschrijving. Hier staat € 275.000 netto tegenover € 180.000 afschrijving: er wordt meer vervangen dan afgeschreven, dus de capaciteit groeit. Blijft investeren jaren achter bij afschrijven, dan wordt de winst opgepoetst met een verouderend machinepark.
- Financieringskasstroom. Negatief is hier gezond: leningen worden afgelost en er gaat dividend uit, betaald uit de exploitatie. Draagt de financiering juist de exploitatie, dan houdt de onderneming zich op de been met geld van anderen.
Een negatieve operationele kasstroom bij een positief resultaat is het signaal dat je het snelst moet onderzoeken. Meestal zit het in het werkkapitaal: de werkkapitaalmutatie is in dit overzicht één regel, maar vaak de grootste.
Valkuilen
- De boekwinst op een desinvestering twee keer meenemen: één keer in het resultaat en nog eens in de opbrengst. Corrigeer de boekwinst eruit en neem alleen de kasopbrengst op.
- Een balansmutatie als kasstroom boeken terwijl er geen geld bewoog: koersverschillen, herwaarderingen en de openingsbalans van een overgenomen entiteit.
- Afschrijving behandelen als een bron van geld. Ze wordt opgeteld omdat ze het resultaat heeft verlaagd zonder uitgave, niet omdat ze geld oplevert.
- Het rekening-courantkrediet het ene jaar bij de geldmiddelen zetten en het volgende bij de financiering. Kies één behandeling en pas die ook op het vergelijkende jaar toe.
- Het overzicht pas bij de jaarafsluiting maken. Neem het mee in de maandafsluiting; dan is de aansluiting op de bank een controle in plaats van een zoektocht.
Veelgestelde vragen
Wat is een kasstroomoverzicht?
Een overzicht van alle geldstromen in een periode, gegroepeerd in operationele, investerings- en financieringsactiviteiten. Het verklaart het verschil tussen de begin- en eindstand van de liquide middelen en laat daarmee zien waar het geld vandaan kwam en waaraan het is besteed.
Hoe maak je een kasstroomoverzicht?
Zet twee opeenvolgende balansen naast elkaar, bereken per post de mutatie en wijs die toe aan een van de drie kasstromen. Begin bij het bedrijfsresultaat, corrigeer de niet-geldelijke posten en de werkkapitaalmutaties, en controleer of de som gelijk is aan de mutatie van de geldmiddelen.
Wie is verplicht een kasstroomoverzicht op te nemen?
Onder de Nederlandse richtlijnen zijn dat middelgrote en grote rechtspersonen, op grond van Richtlijn 360; kleine rechtspersonen zijn vrijgesteld. Onder IFRS schrijft IAS 7 het voor aan elke rapporterende entiteit. De grenswaarden voor groottecriteria wijzigen periodiek, dus toets ze per boekjaar.
Wie het overzicht maandelijks uit zijn rapportagepakket laat rollen in plaats van een keer per jaar in een werkblad, heeft een maand na de close al een verklaring in plaats van een vraag. Meer vakartikelen over rapporteren en cashflow staan in het kenniscentrum.
Gerelateerde artikelen
Jaarrekening opstellen: onderdelen, stappenplan en termijnen
21 oktober 2026
Managementrapportage: wat erin hoort en hoe je hem opbouwt
12 oktober 2026
Smart Story introductie
12 december 2025
Kostprijs berekenen: formule, opslagmethode en rekenvoorbeeld
19 oktober 2026
Liquiditeitsbegroting maken: opbouw, formule en voorbeeld
26 augustus 2026
Minderheidsbelang: aandeel derden bepalen en presenteren
9 oktober 2026