🎓 Gratis webinar: Ontdek hoe AI jouw rapportage transformeertMeld je aan
    Terug naar kenniscentrum
    Artikelen21 oktober 2026

    Jaarrekening opstellen: onderdelen, stappenplan en termijnen

    Jaarrekening opstellen in zeven stappen: welke onderdelen verplicht zijn, welke groottecriteria gelden en wanneer je moet deponeren.

    Een jaarrekening opstellen doe je door de mutaties van het afgesloten boekjaar te rubriceren in een balans, een winst-en-verliesrekening en een toelichting, en die drie te laten aansluiten op één eindstand van het eigen vermogen. Hoeveel detail je moet opnemen en publiceren hangt af van de grootteklasse waarin de onderneming valt: micro, klein, middelgroot of groot.

    Voor een controller zit het werk zelden in het invullen van de modellen. Het zit in de aansluitingen: sluit de kolommenbalans, lopen de intercompanyposities weg, kloppen de vergelijkende cijfers nog met wat vorig jaar is gedeponeerd. Bij meerdere entiteiten komt de consolidatie er bovenop, en dan is het dossier pas af als de deelnemingen en het groepsvermogen op elkaar aansluiten.

    Wat is een jaarrekening?

    De jaarrekening is het financiële verslag over één boekjaar. Titel 9 van Boek 2 BW schrijft drie verplichte onderdelen voor:

    • De balans met toelichting: de stand van activa, eigen vermogen en schulden op balansdatum.
    • De winst-en-verliesrekening met toelichting: het resultaat over het boekjaar.
    • De toelichting: de grondslagen van waardering en resultaatbepaling, plus de verplichte specificaties.

    Middelgrote en grote rechtspersonen voegen daar een kasstroomoverzicht aan toe, en de jaarrekening wordt dan gedeponeerd samen met het bestuursverslag en de overige gegevens, waaronder de accountantsverklaring. Dat onderscheid wordt vaak door elkaar gehaald: het jaarverslag is het hele boekwerk, de jaarrekening is daarvan het cijfermatige deel.

    Jaarrekening opstellen in zeven stappen

    De sluitsteen van het hele proces is één aansluiting:

    Eigen vermogen ultimo = eigen vermogen primo + resultaat na belasting − dividend ± overige mutaties

    Klopt die niet, dan zit er een fout in de balans of in de resultaatbepaling en is het te vroeg om aan de toelichting te beginnen.

    1. Sluit het boekjaar af. Alle perioden zijn geboekt, bank, debiteuren en crediteuren zijn afgeletterd en de subadministraties sluiten aan op het grootboek.
    2. Boek de jaareindeposten. Afschrijvingen, voorzieningen, vakantiegeld en niet-opgenomen vakantiedagen, onderhanden werk, overlopende posten, latente belastingen en de vennootschapsbelastinglast.
    3. Waardeer en toets. Voorraad op kostprijs of lagere opbrengstwaarde, debiteuren op inbaarheid, geactiveerde posten op bijzondere waardevermindering.
    4. Zet de kolommenbalans vast. Die versie is de bron voor alles wat erna komt; elke latere correctie moet je door drie stukken heen doorvoeren.
    5. Rubriceer naar de modellen. Elke grootboekrekening krijgt zijn plek in de balans of de winst-en-verliesrekening volgens de wettelijk voorgeschreven modellen.
    6. Consolideer, als dat moet. Elimineer intercompanyvorderingen, -schulden, -omzet en -resultaten en bepaal het minderheidsbelang. De praktische kant daarvan staat in het artikel over intercompany-transacties.
    7. Schrijf de toelichting en laat vaststellen. Grondslagen, mutatieoverzichten, niet in de balans opgenomen verplichtingen, en daarna de route van opmaken via vaststellen naar deponeren.

    Wie de jaarrekening zelf wil opstellen, loopt deze zeven stappen elk jaar in dezelfde volgorde door. Hoe strakker de maandafsluiting is ingericht, hoe korter stap 1 en 2 duren.

    Rekenvoorbeeld: de aansluiting van het eigen vermogen

    Een verkorte balans van een fictieve bv, bedragen in euro:

    Post31-12-202531-12-2024
    Materiële vaste activa1.250.0001.080.000
    Voorraden620.000540.000
    Debiteuren880.000790.000
    Liquide middelen310.000265.000
    Totaal activa3.060.0002.675.000
    Eigen vermogen1.420.0001.150.000
    Voorzieningen180.000165.000
    Langlopende schulden700.000760.000
    Kortlopende schulden760.000600.000
    Totaal passiva3.060.0002.675.000

    Eigen vermogen primo € 1.150.000 + resultaat na belasting € 420.000 − uitgekeerd dividend € 150.000 = € 1.420.000. Dat is precies de post eigen vermogen op 31 december 2025. Sluit dit niet, dan is de resultaatbestemming in de toelichting onjuist of is er een mutatie direct in het vermogen geboekt die nog verantwoord moet worden.

    Groottecriteria: welk regime geldt?

    Je valt in een klasse zodra je op twee opeenvolgende balansdata aan twee van de drie criteria voldoet. De grensbedragen zijn in 2024 geïndexeerd, dus controleer altijd welk boekjaar je opstelt.

    KlasseBalanstotaalNetto-omzetWerknemersGevolg
    Micro≤ € 450.000≤ € 900.000< 10sterk verkorte balans, nauwelijks toelichting
    Klein≤ € 7,5 mln≤ € 15 mln< 50verkorte balans en toelichting, geen publicatie van de winst-en-verliesrekening, geen accountantscontrole
    Middelgroot≤ € 25 mln≤ € 50 mln< 250volledige jaarrekening, bestuursverslag, kasstroomoverzicht en verplichte accountantscontrole
    Groot> € 25 mln> € 50 mln≥ 250als middelgroot, met de ruimste toelichtingseisen

    Hieraan zitten twee uitzonderingen die vaak worden gemist. Een kleine groep hoeft niet te consolideren, maar die vrijstelling wordt getoetst op de cijfers van de groep als geheel en niet op die van de moeder alleen. En een dochter kan vrijgesteld zijn van een eigen jaarrekening als de moeder een aansprakelijkheidsverklaring afgeeft en de dochter in de geconsolideerde cijfers meeloopt.

    Termijnen: opmaken, vaststellen, deponeren

    • Opmaken. Het bestuur maakt de stukken op binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar. De algemene vergadering kan die termijn op grond van bijzondere omstandigheden met maximaal vijf maanden verlengen.
    • Vaststellen. De algemene vergadering stelt vast. Zijn alle aandeelhouders ook bestuurder, dan geldt de ondertekening al als vaststelling en schuift de uiterste deponeringsdatum naar voren: tien maanden en acht dagen na het boekjaar.
    • Deponeren. Binnen acht dagen na vaststelling bij de Kamer van Koophandel, en in geen geval later dan twaalf maanden na afloop van het boekjaar.

    Voor een boekjaar dat gelijkloopt met het kalenderjaar 2025 betekent dat: 31 mei 2026 opmaken, bij maximale verlenging 31 oktober 2026, en uiterlijk 31 december 2026 gedeponeerd.

    Vijf valkuilen

    • Vergelijkende cijfers die niet meer kloppen. Een correctie op een al gedeponeerd boekjaar vraagt om een toelichting op die aanpassing, niet om een stille herrubricering.
    • Intercompany dat niet op nul uitkomt. Valutaverschillen, afwijkende boekdata en eenzijdig geboekte doorbelastingen laten een restpost achter in de geconsolideerde cijfers.
    • Rubriceren op rekeningnaam in plaats van op aard. Een grootboekrekening overige kosten waarin huur en afschrijving zitten, verstoort elk subtotaal en elke vergelijking met vorig jaar.
    • De grootteklasse op één jaar beoordelen. De toets loopt over twee opeenvolgende balansdata; één groeijaar schuift je nog niet naar middelgroot en één mager jaar haalt je er niet meteen uit.
    • Latente belastingen vergeten. Verschillen tussen fiscale en commerciële waardering van vastgoed, voorzieningen of geactiveerde ontwikkelkosten horen op de balans, niet alleen in de aangifte.

    Veelgestelde vragen

    Mag ik zelf mijn jaarrekening opstellen?

    Ja. Geen enkele wet verplicht je de stukken door een externe accountant te laten samenstellen. Bij middelgrote en grote rechtspersonen is wel een accountantscontrole verplicht, en dat is iets anders: de accountant die de cijfers controleert mag ze niet zelf hebben samengesteld.

    Wat is het verschil tussen een jaarrekening en een jaarverslag?

    De jaarrekening is het cijfermatige deel: balans, winst-en-verliesrekening en toelichting. Het jaarverslag is het geheel waarin die jaarrekening zit, samen met het bestuursverslag en de overige gegevens. In de praktijk gebruikt bijna iedereen jaarverslag voor het hele boekwerk.

    Wanneer moet ik een geconsolideerde jaarrekening opstellen?

    Zodra je rechtspersoon aan het hoofd van een groep staat en dus beleidsbepalende invloed heeft in andere entiteiten. De bekendste uitzondering is het kleine groepsregime: blijft de groep samen onder de grenzen van klein, dan hoeft consolidatie niet. De praktische inrichting staat in financiële consolidatie masteren.

    De snelheid waarmee je een jaarrekening kunt opstellen wordt vrijwel volledig bepaald door wat er al vaststaat voordat het boekjaar om is: een vaste rubricering, een maandelijkse afletterronde en intercompanyposities die ook tussentijds op nul lopen. In Smartbooks komt die rubricering uit één hiërarchie van financiële rekeningen en subfolders, waaruit de winst-en-verliesrekening, de balans en het kasstroomoverzicht tegelijk worden opgebouwd; voor een consolidatie leg je per entiteit de eigenaar en het eigendomspercentage vast en worden de voor eliminatie gemarkeerde rekeningen automatisch tegen elkaar gematcht. Wil je verder met de rest van het jaarwerk, blader dan door het kenniscentrum.

    RapporterenConsoliderenMaandafsluiting